Vier generaties Ros (1899 – 1999) van schoenlapper tot schoen- en voetspecialist
Het ontstaan van de schoenenzaak Ros
De grondlegger Jan Ros koos aanvankelijk het beroep van zijn vader en werd dus metselaar. Toen Jan 24 jaar oud was, schoolde hij zich om tot schoen- en laarzenmaker, in de volksmond ook wel schoenlapper genoemd. Om dit vak zich eigen te maken ging hij in de leer bij een schoen- en laarzenmaker in ’s-Heerenberg en vervolgens in Gent (Gelderland). In het bevolkingsregister van de gemeente Didam staat vermeld dat jan Ros op 3 mei 1887 vertrekt naar ’s-Heerenberg.
Hierdoor werd in 1892 door Jan Ros, zij het nog op de bescheiden schaal de basis gelegd van de nu nog bestaande schoenenzaak Ros te Didam, die van de generatie op generatie is overgegaan. Op 25 februari 1892 keerde Jan Ros vanuit Gent weer terug in de ouderlijke woning op “den Hogenende” te Didam (bekend als dorp A 124, later B 119, in 1999 nabij Leewerikstraat en Merelstraat). Op 17 november 1893 trad hij in het huwelijk met Jacoba Wien, woonachtig te Arnhem en geboren te wageningen. De jonggehuweden gingen wonen in het ouderlijk huis van Jan. (Zijn ouders waren toen al overleden)
Een betere locatie
Rond de eeuwwisseling kochten de schoenenleveranciers hun stappers nog niet van de fabrieken, maar ze maakten die geheel zelf op maat. Al spoedig vond Jan Ros dat hij met zijn zaak niet gunstig gevestigd was. De klandizie was nog te gering. Dit kwam mede omdat een paar schoenen of laarzen in die tijd nog een kostbaar goed was en veelal door het gewone volk alleen op hoogtij- en zondagen gedragen werd. Veelal was de houten klomp nog het schoeisel dat het meest gedragen werd. Daarom maakte hij in de slappe wintermaanden een voorraadje schoenen naar gangbare maat en ventte die op markten van Didam en omgeving, in de hoop om naast omzetvergroting zijn klandizie uit te breiden. De zaken gingen niet slecht. Dat blijkt wel uit het feit dat op 2 juni 1896 de eerste knecht in dienst werd genomen. Het was A.J. van Hall uit Herwen en Aerdt.
Van “den Hogenend” naar het centrum van Didam
Al spoedig ondervond Jan Ros dat zijn schoenmakerij niet gunstig gevestigd was. Het centrum van Didam leek hem een goede optie. Jan vertrouwde zijn hartewens toe aan een buurman die toevallig wist, dat Joseph von der Haar zijn koetshuis wilde verkopen. Dit onroerend goed had Von der Haar op 20 juli 1899 voor f. 2100,- gekocht. De heer Von der Haar was een handelsreiziger die met confectie langs de deur ging. Het was zijn bedoeling om vanuit het koetshuis een confectiewinkel te gaan starten maar hij zag hier toch maar van af.
(In de Kerkstraat lukte het Von der Haar in 1901 wel).
Teun Ros neemt Moederbedrijf over
Jan Ros en zijn zoon Teun bleven zich inzetten voor het moederbedrijf in het centrum van Didam, nadat Willem (broer van Teun) had gekozen voor een eigen bedrijf. Vanwege de verdeling van de nalatenschap van Jacoba Wien, de echtgenote van Jan Ros (zij was al in 1929 overleden) werd op 23 augustus 1940 bij notaris van Romondt, notaris in het arrondissement Arnhem met standplaats Didam, een aantal zaken geregeld. Daarbij werd ook bepaald dat Antonius Johannes (Teun) Ros de zaak van zijn vader overnam met inachtname van een aantal voorwaarden en verplichtingen. Antonius Johannes Ros trouwde een week nadat de boedel was gescheiden op 27 augustus 1940 met Theodora Johanna Jansen.
In het jaar 1947 volgde een ingrijpende interne verbouwing. Van het achterhuis, dat nog agrarisch was ingericht, werd een werkplaats gemaakt. Het is werkelijk dat Teun Ros toen nog varkens bezat, vermoedelijk voor eigen gebruik.
De eerste winkelvergroting
Teun Ros gaf architect Wim Peters uit Didam in 1960 opdracht om een plan te maken voor het verbouwen van zijn winkel-woonhuis. De winkeloppervlakte werd hierbij meer dan verdubbeld.
De nieuwe generatie Ros neemt moederbedrijf over.
Toen Teun Ros de pensiongerechtigde leeftijd bereikte vond hij het tijd worden om het wat kalmer aan te gaan doen. Zijn twee zoons Johannes Theodorus Antonius (Jan) en Gerardus Martinus Johannes (Gerard) werden middels overdrachtakte, via notaris Werdmölder op 1 januari 1972, de nieuwe eigenaars Jan en Gerard Ros gingen sinds die tijd verder als vennoten onder de firmanaam v.o.f. “Schoenhandel Ros”. De nieuwe eigenaars pakten de zaken groots aan en verbouwden onder architectuur van Henk Otten (en met aannemersbedrijf Welling) het pand. Het voorhuis werdgesloopt en op die plaats ontstond een compleet nieuw winkel/woonhuis.
Het moederbedrijf krijgt een dependance
In 1982 bleek de winkel te klein om te kunnen voldoen aan alle wensen van de klanten. Besloten werd om de sportafdeling onder te brengen in een dependance. De voormalige bakkerij annex winkel van Jan Looman op de hoek van de Wilhelminastraat en Spoorstraat werd hiervoor aangekocht. Na een verbouw van drie maanden werd heir een fraaie en overzichtelijk sportwinkel geopend. Tevens werd besloten dat Jan Ros de bedrijfsvoering “Ros Sport” op zich zou nemen en dat Gerard Ros het moederbedrijf aan het Lieve Vrouwenplein zou gaan leiden.
Het moederbedrijf gaat alleen verder
In 1985 werd de v.o.f. “Schoenhandel Ros” gescheiden in twee eenmanszaken. “Ros Sport” kwam in handen van Jan Ros. Het moederbedrijf kreeg de naam “Ros schoen-en voetspecialist” met als bedrijfsomschrijving: detailhandel in schoenen, therapeutisch elastische kousen, steunzolen en pedicurezaken. Gerard Ros werd eigenaar van het moederbedrijf. Met ingang van 1 januari 1985 was de inschrijving bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland een feit. In 1992 werd Gerard Ros lid van de inkoopcombinatie Podo-Linea (hetgeen betekent voet-lijn). Dit is een organisatie die zich speciaal richt op medisch aangepaste schoenen voor mensen met rheuma en diabetes.
In hetzelfde jaar werd het interieur aangepast waarbij ook een kinderspeelhoek werd ingericht. Tevens werd de pedicuresalon aangepast en voorzien van een voeten-kopieerapparaat.
De vierde generatie in de leer
De vierde generatie Gijs Ros geboren op 30 sept. 1988 volgt de studie: ‘Small Business en Retail Management op de hogeschool in Nijmegen. In de weekenden draait Gijs al volop mee in de winkel en heeft het er ook erg naar zijn zin. Wat hij precies in de toekomst wil gaan doen met het bedrijf is nog onbekend, maar hij zou graag de naam Ros schoenen levende willen houden.
